Aan de overkant van het pleintje ligt een vliegtuig genesteld in het blok. Er is geen rook en er zijn geen vlammen. Mijn overburen hebben het vliegtuig opgevangen, rust hier maar even uit. De staart van het vliegtuig en de straalmotoren hangen gevaarlijk dicht voor mijn raam. Ik weet dat het over enkele ogenblikken gaat gebeuren. Ik moet streng zijn tegen Floor, dat is meestal andersoms, het is menes. Ik probeer mijn kalme stem op te zetten, eruit, nu. NU. Floor heeft haar baby-doll aan. Haar make-up op.
Ik heb geen onderbroek aan. Ik zoek naar de Xenos kampeer handdoek in de vieze was, vind die, sla hem om, het ziet er onbehoorlijk uit maar ik moet nog op zoek naar mijn telefoon. Die heb ik nodig, echt heel erg nodig. Het brommen is begonnen, het draaien van mechaniek, moeren en bouten. Of het geluid of trilling is. Mijn telefoon ligt onder mijn hoofdkussen, ik kan hem niet vinden. Hij ligt onder mijn hoofdkussen. Daar heb ik hem gelaten. Eronder. Eronder. Niet ernaast. Ik vind hem. Floor is de trappen af. Buut vrij, wil ik haar zeggen, ik gun het haar.
Om 07:38 is er nog geen duidelijkheid. Wonen er geen journalisten in Zuid? Sliepen ze nog? Welk vergeten nieuws ligt er niet te wachten op de hongerige wolf?
DAG
Ik heb de blinde niet meer gezien sinds m’n lampen in Haarlem staan. Hij houdt zich angstvallig op de vlakte. Dat is lastig want hij is lang, ruim twee meter en ook vrij breed. Hij draagt een lange fluisterende trainersjas. Blinden kunnen verschillende stokken gebruiken, de korte stok, de lange stok of de herkenningsstok. Maar deze reus gebruikt een vlaggenstok, misschien door hem zelf geschilderd in wit en neon-oranje. Daarnaast is hij behoorlijk luidruchtig, zijn zware stappen, het dreunen van de vlaggenstok op de tegels, de stoep, de aanwijzingen van zijn mantel. Ik denk er zelf gekreun bij, een nieuwe vorm van echolocatie. Hij is niet te missen maar hij is kwijt.
DAG
Things that go bump in the night.
Ik kijk enge films liever in mijn eentje. Als er iemand bij is kan ik niet zappen. En dan wil mijn angst zich groots manifesteren en dat wil je niet, want dan kun je die film niet meer kijken: ik gil er doorheen, ga voor de televisie staan, wapper met mijn handen als een musicalster, chanteer, saboteer en verneuk de boel door het einde goed te voorspellen. Ik vind dat een interessant gegeven, dat de angst pas ruimte krijgt als er iemand is om de angst aan te geven. ... Maar euhm, in euhm tegenstelling tot Guus Meeuwis (...) denk ik niet dat ik er hoop voor terug krijg, op de lange termijn. Want als Guus iedere keer maar met z’n armen open staat te wachten als ik het even op m’n heupen krijg, hoe leer ik het dan om op eigen benen te staan? Of gewoon te blijven zitten dus, als ik iets engs kijk. Je kunt jezelf bepaalde dingen aanleren, zoals het eten van dille, en afleren, bijvoorbeeld: duimen of alle honden aaien (waarbij genoteerd dat afleren moeilijker is dan aanleren, niet te doen eigenlijk). Dus vanavond ga ik iets super engs kijken. Zonder zappen. Ik weet nog niet wat.

DAG (door ALEX ZWART)
Ondertussen in Zaandam...
Het was geen afspraak en ik (Alex) doe niet mee aan het project. Ik was zelfs nog blij en extra dankbaar, dat ik het niet was die in het donker zat met al z’n lichten in een tentoonstellingsruimte, 15km van huis. En toen sloeg het noodlot toe. Alles dat er nodig was, was een firma met kozijnen. De oude, lekkende kozijnen zouden ze er wel even uitslopen, en dat hebben ze ook gedaan... maar de ramen waren ze vergeten ( ! ). Resultaat: ik staar nu al ruim een week naar vier houten panelen. Noodgedwongen in het donker. “Het glas komt er aan, ja echt.”
Dit is dag 9 en ik kan zeggen, met hout wordt de buitenwereld een drempel. Je voelt je bekeken en onzichtbaar tegelijk. Er kijken meer mensen omhoog dan anders: was dat een poging tot inbraak op drie hoog? een lokaal ingeslagen storm? Normaal zie ik fietsende mensen, rellende uitgaanstieners, voorbijvarende boten, een fontein die in het donker paars, rood, groen en geel verlicht is. Nu weet ik alleen dat ze er zijn en komen er af en toe afwijkende geluiden voorbij. Daarnet een lachende vrouw. Toen er nog glas was zou ik een onopzichtige blik naar buiten hebben geworpen, gewoon om te zien hoe ze er uitzag etc. Nu met dat hout zou ik de ramen open moeten zwiepen en er als een aandachtopeisende vrouw Holle m’n hoofd uit moeten steken. Tegen die tijd zou het gelach al verstomd zijn. Of erger nog, veranderd in een vragende blik: “Valt er wat te kijken?”
Ik heb de afgelopen dagen overwogen om een alternatief landschap of iets van een zonnetje te tekenen op het hout. Net zoals op een wond bedekkende pleister die er wat vrolijker uit moet zien. Maar ik heb het er maar bij gelaten. In plaats daarvan met koffie op de bank, starend naar het wat patroonloze hout. De Calvinist in mij wil lijden. Die Kozijnmannen hebben het gedaan, nu mogen ze het licht weer terugbrengen ook. En die wintertijd is geen excuus.



DAG
Resultaten
Dingen die je goed kunt doen in het donker: muziek luisteren, radio luisteren, naar gesnurk luisteren, naar je muis luisteren, televisie kijken, youtube kijken op je computer, naar een kaars kijken, naar de buren kijken en bidden.*
Kun je je in het donker beter concentreren op de dankbaarheid, de wens, jezelf, de ander? Hoe hard kan een mens bidden? Hoe kun je zo effectief mogelijk bidden? Gaat het dan om gebedslengte of intensiteit? Of een combinatie van beide en, is daar een soort meter voor, want hoe bepaal je dat dan? Of je het goed doet. Want de resultaten garanderen toewijding noch juiste inzet van (geestelijke) handeling.
Bij Martin thuis vond ik het altijd wel spannend dat ik de enige was die niet meedeed (ik was kennelijk nog niet oud genoeg om me te bedenken dat mij hiervan onttrekken tevens impliceerde dat ik niet naar de hemel zou gaan, en dat is maar goed ook want dat had me dwars gezeten). Even kon ik ongegeneerd en objectief (door m’n wimpers) naar de anderen kijken, die iets prevelden - of misschien was het wel helemaal stil. Wat ze dan precies deden, als het stil was, terwijl onder m’n snufferd een kotelletje lag te lonken, durfde ik nooit te vragen, dat vond ik een beetje oenig na al die ontelbare keren te zijn aangeschoven. Ik durf te beweren dat ze het ook van elkaar niet wisten.
“Zouden ze doorhebben dat ik aan het gluren ben? Wie doet ze het eerst open? Welke kant gaat het kruisje ook weer op? Mag ik al beginnen?” vragen die zich zonder uitzondering opdrongen, nooit helemaal beantwoord maar wel altijd vergeten werden. Met gesloten ogen, laat je zonder al te groots gebaar, toch aan de ander merken dat je iets aan het doen bent; dank uitspreken, denken aan je playmobiel, echt heel erg graag een hapje van je hutspot willen nemen – ook een soort dankbaarheid-, het verhult even goed wat je niet aan het doen bent en dat stelt gerust. Het willen, het wensen, het bidden, dat bordje kreeg je dan uiteindelijk wel.
*(ook: je tenen stoten, dingen kwijtraken, bang zijn voor stofbeestjes).

DAG

DAG
Het mist al dagen en ik hou van mist nog meer dan van wind.
Van wind krijg je last van je impuls control. FAIL, hoor ik dan, en daarna de buzzer. AF ben ik, grap na grap. Ik doe de ganse dag of ik val. Maar dat waaien en het schrikken en het lelijke dansen, net uit de maat (shake that thang, FAIL) en dat ik niet kan stoppen is fijn. Beter dan de hitte en dat je maar ligt te zweten. Mist dempt geluid net als sneeuw, wel minder. En hoewel het haaks staat op het oeridee dat dingen die je niet kunt zien (Jaws) eng zijn, heeft het een kalmerende werking op me. Iets baarmoederlijks, ik slaap graag in een tent, ik houd van klamboes. Misschien ben ik simpel. Er zijn mensen die zijn bang voor geluid. Niet alleen de anticipatie (de lont, het vuurwerk) maar ook de ademhaling van hun liefste is genoeg om ze op de kast te jagen. Vrijdag ben ik naar Antwerpen gegaan met Maartje en Alex, we boekten een triple. We hebben het licht zien worden. De kamer was voornamelijk om onze kleine tassen neer te leggen, volgende keer nemen we gewoon een locker op het station. Ik heb van Maart geleerd dat je konijntjes geen ijsbergsla mag voeren. Niet dat ik dat de hele tijd doe. Maar het zou zomaar kunnen. Eigenlijk ken maar 1 iemand met een konijn en van haar mag ik hem niet eens voeren. Nu snap ik waarom. Konijntjes hebben 40 hartaanvallen per dag heb ik weleens gehoord. Ik weet niet of dat ook voor de Vlaamse reuzen geldt, die kunnen wel 2.30 meter worden. We hebben ooit een konijn thuis gehad, te leen, op proef, wie weet. Hij at alle kabels van de telefoons, hij at mijn grootmoeders zakdoek, hij at de naden van de chesterfield, hij at enkele goudvissen en daarna moest hij toch weer weg. M'n broertje en ik vonden het niet zo erg want we hadden nog geen band met hem opgebouwd en karakter had hij ook niet. Het volgende konijn dat we hadden was jaren later. Hij was van de buurvrouw die hem niet wilde (dat gold ook voor haar man) en was ontsnapt uit zijn vrij ruime hok (ook dat gold voor haar man). Het was een neuroot met zwarte krulletjes, angora (...). Hij kwam bij ons zitten als we
lunchten in de tuin, zat achter de katten aan en hield van broccoli. Hij was een free agent, ookal sliep hij bij de kippen, mijn moeder joeg hem met enige theatrale drang iedere avond de ren in. Op een dag was hij weg (...). Ik heb stiekem een sigaret gerookt. In het donker doe je dingen die het daglicht niet verdragen (alex zou nu vermanend met z'n vinger zwaaien). Omdat je niet weet waar je ast heb ik nu een gat in m'n panty.
DAG LATER
Thuis:




Precies nu in Canada (daar zit floor, binnen, met haar zonnebril op):


DAG 19
Zoals je een afro kunt relaxen kun je ook je eigen regels relaxen. Niet dat die ergens zwart-op-wit stonden of zo - handtekening eronder, met vulpen, net van de stippellijn af. Ik kan je vertellen dat is op zich al een hele opluchting. Zoiets vervolgens toe te geven, openbaar te maken, I did it, waarbij je er steeds meer schwung in krijgt naar mate je het vaker doet: heer-lijk. Give yourself a break man. It's the art of letting go baby. ik ga dat vandaag nog eens ergens mee proberen. En morgen met nog iets. En overmorgen en over- over- en overmorgen. Tot ik helemaal verlicht ben. Jaaauwzaa.
DAG 17
Mouth bleed

Op twee hoog zijn ze aan het scrabbelen. Ik woon op drie hoog.


DAG 15
De ochtend is welkom en zanderig. Ik heb een beetje SAD, waar is mijn Feel-Bright-pet,
glow-in-the-duck?

DAG 14


DAG 11
Verwachtingen
Ik ben liever buiten dan binnen, dus zwerf ik over straat, wat goed is voor mijn algehele gezondheid en observatievermogen. Zo ziet een sportleraar er ontdaan van zijn sportpak en sportschool, gehesen in een oude bubble-coat en vergezeld door een peuter met blonde stekels, een stuk minder intimiderend uit. Het podium erotiseert.
Spullen beginnen andere plekken te krijgen, ik onthoud beter waar ik dingen laat, sleutels aan het haakje. Mijn myopie is nog niet vooruit gegaan, ondanks de extra vitamine A, ik hoor nog geen ultrasoon of infrasoon en kijk daarnaast akelig veel televisie.
Dat je honger krijgt van het donker, ja. Slapen met bolle wangen, ja. Ik heb zin heel erg dik te worden deze winter. Na het eten nog een maaltijdreep, Weight care – abrikoos /citroen. Smaakt naar zool / citroen. Kinderen spelen buiten verstoppertje. Ahura Mazda is de Perzische god van het licht. Mijn vaders favoriete radioshow was The Goon Show: ‘One of them said: "I walked out of the darkness and into the light," ‘then you hear "Boing”’.

DAG 8
Outtakes
1) De papieren zak waar mijn spruitjes in zitten staat in de brand waardoor de pan die ik vast heb scheef op het fornuis landt, het kokende water net naast me op de vloer. De keuken zal voortaan baden in het zwoele pornolicht van de kaarsen uit de aanbiedingsbak bij de Kruidvat.
2) De mensen op straat kijken me vreemd aan. Ze gluren naar me alsof ik een kater heb. Ik krijg het er warm van. ‘Warm he vandaag?’, zegt de buurtjunk. ‘Nou.’ zeg ik, ‘valt wel mee,’ denk ik. ‘Ben je Zwarte Piet ofzo?’ In de etalageruit blijkt het experiment met carbonpapier uit de hand te zijn gelopen.
3) Er is iets gevallen van mijn tafeltje-met-belangrijke-dingen, maar ik ben niks kwijt.
4) Mijn groene panty is bruin.
DAG 7
Día de los Muertos
Ik heb de nacht van de nacht gemist. Het schijnt een succesvolle en sfeervolle aangelegenheid te zijn geweest. Op laathetdonkerhetdonker.nl kun je erover lezen. Er is teveel licht in Nederland. Teveel onnodig licht. En dat het duister zijn goede kanten heeft werd gevierd. Met concerten en wandelingen en kaarsen en sterren. Door Govert Schilling en Vincent Bijlo. Ik zoek manieren om er onder uit te komen naar huis te gaan. Ik ga bij alex slapen. En wacht tot er iets ergs gebeurt. Want dat gaat gebeuren. Daar kun je donder op zeggen. Ik heb een kaars gekocht.

DAG 5
Terwijl Groningen in herhaling 6-0 van Feyenoord wint draai ik de schroeven van de zwaarlast wielen uit een kapot tv-meubel. Lekker klusje. Stond er al een jaar dat ding. Het donker beperkt. Ik ben nog niet bedreven genoeg, of nog niet verveeld genoeg om creatief om te gaan met het duister. Ik ben een apaath. Waardoor ik na het invallen van de avond (volgens het forum van goeievraag.nl is de burgerlijke schemering om 17:49 voorbij. Zonsondergang om 17:12. Al kwamen de bovenstaande cijfers van een ‘Belgische’ ‘tabel’. Het verschil tussen de ondergang in Maastricht en Den Helder is een ruime 5 minuten.) zo goed als niks meer doe.
Ik kan wel dingen voor andere mensen in mijn positie bedenken: thematisch ingerichte film avonden houden, slapstick klassiekers, Braziliaanse docu’s, slashers, landelijke GB tv-detectives, alle Dracula’s. Of heel wat anders, want bij het licht van de televisie kun je bijvoorbeeld wel breien of de kat van de buurman aaien die je (ik) heb(-t) binnengelokt – niet zeuren poes, je hebt goeie ogen. Uiteindelijk zit je toch in je eentje in het donker op de bank. Ik heb mijn regenlaarzen aan omdat ik mijn sloffen niet kan
vinden. Alles valt. Ik ben mijn bril kwijt. Ik ben m'n lenzen kwijt. Niemand weet of mijn kip gaar is.
DAG 3
Een consequent mens
Behalve mijn lampen zijn er andere dingen in mijn huis die licht geven. De stekkerdoos van de wasmachine, de wasmachine, de combimagnetron, de wifi-doos, de router, de aan-knop op mijn tv, de boxjes voor de iphone, de dvdspeler, incidenteel m'n fietslampjes. Kleine signalen van de apparaten, hier ben ik. Ik besta en gebruik mij goed. En als je me s'nachts niet kan vinden omdat je je opeens hoognodig wil omgeven met de geur van Robijn intensief (oh ik mis die beer) of een vers getoast broodje, sta ik hier naar je te stralen.

DAG 2
Voor de eerlijkheid en het kopje-onder-gevoel laat ik het licht in het trapportaal ook uit. Met je voeten tastend loop je eerst in het schemer (raampje in voordeur) dan in het donker, vervolgens in git- tot inktzwart, ah de sigaretten van de buurvrouwen, fluweelzwart, ho! daar zat geen tree meer, naar de vage oranje outlines van het loopfietsje van m’n buurmeisje en ieuw IEUW, wat is dat, gadver, een dofzwarte vlek in de hoek, elf treden verder bij de voordeur, hè gelukkig.
DAG 1
Koken voor de zon ondergaat.
Na avond 1 heb ik geleerd dat je in het donker de dingen met aandacht moet doen. Mindfulness enzo, ik moest denken aan Cy Twombly en Richard Long. Thuiskomen, snel de tv aan. Omdat de rest van het huis donker is geeft dat een zeer onrustige sfeereffect. Het geflikker. Het van Nieuwkerk gewauwel.
De soep had waarschijnlijk nog geen smaak maar was wel goed heet. Breng de lepel naar je mond. Je ziet de stoom niet. Breng de lepel naar je mond ja. Gooi de gloeiende lava niet op je vergeten hand. Giet de kolkende soep niet over je bovenlip. Ik ben een vogelbek dier met een klompvoet. De uitjes zijn verbrand toen verkoold. Dat had ik normaal kunnen ruiken maar ik ben verkouden. Omdat de soep vies was heb ik een bak bananenkwark met varkensgelatine gegeten. Omdat ik niet kon zien hoeveel erin zat heb ik hem helemaal leeg gelepeld. Ik hoor steeds wat als ik loop.
Hoewel ik niet in het pikkedonker leef maar bij een gecombineerd schijnsel van Mac OS X, Siemens, Iphone en straatverlichting (en op goede momenten, de maan) gaan mijn gedachten toch uit naar de blinden. Hoe koken ze? Hoe weten ze wat voor kleren ze aan hebben, er niet belachelijk uitzien met die gele ribbroek? Dat zijn volgens mijn vriend vragen die iedereen stelt aan blinden, maar ja. Er moet een levendige handel betrouwbare schoonmakers zijn in de blinden-scene. De klets op de grond gaf aan dat ik het wasmiddel naast de wasmachine had geflikkerd. Wat moet het een fukking ramp zijn om doof en blind te zijn. Leven zonder licht is geen pretje. Dat had ik een beetje onderschat. Het is niet, ik wou dat er een beter woord was, gezellig.

|